Betrouwbare informatie over privacy

04/02/2010

Arda Gerkens (SP) pleit voor een realisatie van een informatiecentrum waar mensen met vragen over hun persoonsgegevens terecht kunnen. Het CPB zou meer mogelijkheden moeten krijgen om haar taken uit te voeren; het orgaan zou ook toezichthouder moeten worden op zo’n informatiecentrum. Gerkens stelt op de site van de SP dat mensen bijvoorbeeld niet altijd achteraf op de hoogte worden gesteld wanneer ze zijn afgeluisterd. Het wordt dus tijd voor duidelijke regels. Maar als de overheid zich zelf niet aan die regels houdt, wat zegt dat dan over het betrouwbaar functioneren van een toezichthoudend orgaan? Het gaat hier om het grijze gebied dat ‘informatie over informatie’ heet en waarbij bepaalde informatie voorzien wordt van een codering: niet voor de openbaarheid bestemd. In datzelfde gebied opereert de Commissie Stiekem. Er wordt daar wel gedeeld, maar niet alles en zeker niet met iedereen; en alleen onder zeer strikte voorwaarden. Ook binnen het bedrijfsleven ontstaat steeds meer begrip voor en inzicht in de waarde van het delen van informatie – bijvoorbeeld om innovatie te bevorderen, ook al zal vrijwel geen enkele CEO toestaan dat volledige openheid van zaken wordt gegeven. Het credo ‘kennis is macht’ (dus ook: weten wie over welke informatie beschikt en hoe je toegang tot deze informatie kunt krijgen) gaat voorlopig nog gewoon op. Daarmee is een informatiecentrum over persoonsgegevens net zo betrouwbaar als Wikipedia: grote delen daarvan zullen correct zijn, maar je hebt geen enkele zekerheid welke informatie nu wel en niet juist en volledig is. De oplossing? Iedereen moet gewoon zijn eigen informatiespecialist worden.


Slippen op de digitale snelweg

29/01/2010

De digitale snelweg biedt ongekende mogelijkheden. Maar als je te hard gaat, loop je het risico geflitst te worden. In een globale analyse in NRC Handelsblad van 25 januari geeft Marc Hijink aan dat de actie van de ANWB om een soort online volksraadpleging te organiseren over de kilometerheffing, ruimschoots de bocht uitvliegt. In deze winterperiode is het ijs van web 2.0 soms erg dun en glad. Te veel vragen, suggestieve vragen, onvoldoende beveiliging tegen meervoudig beantwoorden door dezelfde respondent en de ANWB treedt plotseling ook op namens niet-ANWB-leden.

Dat web 2.0 aantrekkingskracht heeft, blijkt wel uit de opstelling van Eurlings, die de invoering van de kilometerheffing mede laat beïnvloeden door de uitkomsten van het ANWB-onderzoek. Wanneer dat mechanisme bij elk politiek besluit of beleidsvoornemen zou worden toegepast, kan de Tweede Kamer wel naar huis. Dat zou jammer zijn, want dan missen we mooie debatten – die niet lang altijd, maar wel vaak beter zijn dan het gemor en geneuzel op het web.

Jammer is ook dat zowel het betrokken onderzoeksbureau als de ANWB en Eurlings er samen in geslaagd zijn het kind met het badwater weg te gooien. Het is moeilijk te verkopen dat bij beleidsvorming geen rekening wordt gehouden met maatschappelijk verzet. Maar op basis van een rommelig onderzoek je beleid aanpassen is nog lastiger. Er lag een kans om met de inzet van internet de publieke opinie over de kilometerheffing inzichtelijk te maken. Dat had op zijn beurt weer tot zinvolle discussies over de toegevoegde waarde van het web voor de democratie kunnen leiden. Nu is het vooral stupidity of a few dan the whizdom of crowds geworden.


Bijvoederen is hard nodig

25/01/2010

Het rapport van de Commissie Davids pakt misschien nadelig uit voor het laatste kabinet Balkenende, maar nieuwe cijfers van het CBS laten zien dat ook op langere termijn het kabinetsbeleid op onderdelen desastreuze gevolgen gaat hebben. In het hoger onderwijs, waar Nederland een inhaalslag heeft te maken, is de productiviteit enorm gestegen. Dat lijkt goed nieuws, maar heeft niets te maken met toegenomen investeringen in bijvoorbeeld nieuw personeel. De winst zit hem in efficiencyslagen als gevolg van een sterke groei in de instroom van studenten. Een zelfde patroon is zichtbaar in het Nederlandse onderzoek: er is de afgelopen jaren meer gedaan met relatief minder geld. Met name de publieke financiering van het onderzoek blijft daarbij achter. De doelstellingen van de Lissabon-agenda (geformuleerd in het jaar 2000, de doelen hebben betrekking op 2010) zijn dan ook bij lange na niet gehaald. In tegendeel, de investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn gedaald in relatie tot het BBP: van 1,8 naar 1,7 procent in plaats van de beoogde 3 procent. De bedachte ratio tussen publieke investeringen (1 procent) en private investeringen (2 procent) is door het beperken van budgetten uitgekomen op een ratio van een op tien. We zijn ondanks relatief goede resultaten op dit moment dus aan het afglijden. Dat is ook sterk merkbaar in het ICT-onderzoek. Hoewel ICT wordt gezien als aanjager van innovatie en van onze kenniseconomie, gaat slechts zo’n 4 procent van alle NWO-gelden naar ICT-gerelateerde research.

In het boeken van ‘relatief goede resultaten’ zit het knelpunt. Het leidt de aandacht af van de ontstane achterstand en de toekomst. De visie van de kabinetten Balkenende reikt niet verder dan het volgende spoeddebat – over de logistieke chaos veroorzaakt door sneeuwval, het rapport van Davids of het bijvoederen van dieren in de winterkou. Het ombuigen van de kennisinvesteringstrend kan niet worden opgelost met een spoeddebat.

Gelukkig is Neelie Kroes zojuist met vlag en wimpel geslaagd voor iets dat associaties oproept met het European Computer Driving License. En de Franse overheid besloot afgelopen week 2 miljard euro te investeren in het voltooien van een landelijk snel internet, want er is nog een half miljoen Fransen dat geen toegang heeft tot een snelle verbinding. Er is dus nog hoop, maar die is niet gevestigd op Den Haag.


Beatrix online

28/12/2009

Op Molblog breekt Egbert Jan van Bel een lans voor social media, nadat Beatrix in haar kersttoespraak van 2009 ingaat op de vraag wie onze naaste is. “Globalisering heeft afstanden verkleind en snelheden vergroot. Technische vooruitgang en individualisering hebben de mens onafhankelijker en afstandelijker gemaakt. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes. Onze samenleving wordt steeds individualistischer. Persoonlijke vrijheid is los komen te staan van verbondenheid met de gemeenschap. Maar zonder enig ‘wij-gevoel’ wordt ons bestaan leeg. Met virtuele ontmoetingen is die leegte niet te vullen; integendeel, afstanden worden juist vergroot.”
Waar Beatrix op doelt, is de eenzaamheid die web 2.0 kan veroorzaken: “De moderne technische mogelijkheden lijken mensen wel dichter bij elkaar te brengen maar ze blijven op ‘veilige’ afstand, schuilgaand achter hun schermen. Wij kunnen nu spreken zonder te voorschijn te komen, zonder zelf gezien te worden, anoniem”. Het is de vraag wie deze speech geschreven heeft, maar ik vermoed dat het gaat om een auteur uit CDA-hoek die niet meer helemaal bij de tijd is.

Wie gelooft in het sociale aspect van online communicatie, moet zich bewust zijn van het grote verschil tussen digitale verbindingen die de suggestie wekken dat mensen nader tot elkaar komen en werkelijk contact. Web 2.0 moet worden gezien als platform waarmee informatie-uitwisseling kan worden bevorderd. Sociale netwerken zijn als offline literatuur: je kunt informatie tot je nemen, denkbeelden uitwisselen, op het spoor komen van nieuwe ideeën en achterhalen wie dezelfde deskundigheids- of interessegebieden heeft. Het kan je perspectief verruimen. Social software kan ook de trigger zijn om daadwerkelijk in contact te treden – bijvoorbeeld wanneer je via een krabbel verneemt dat een vriend of vriendin in nood zit of leuke plannen heeft voor een avondje stappen. De sociale impact van social software staat of valt dus met het ondernemen van actie en het aangaan van een menselijke connectie en kan (alleen) dan een geweldige aanvulling zijn. Wanneer dat aangaan van menselijke connecties achterwege blijft, wekken sociale netwerksites ten onrechte de illusie dat je in contact bent. Op dat verschijnsel zou Beatrix weleens kunnen doelen en daarmee doet ze de werkelijkheid in veel gevallen tekort.

Het Sociaal Cultureel Planbureau deed in 2007 onderzoek naar de relatie tussen eenzaamheid en online/offline contacten bij tieners. Uit de resultaten kwam zowel een samenhang tussen eenzaamheid en offline contacten als tussen eenzaamheid en online contacten naar voren. Hoe meer vrienden iemand in het echte leven heeft en hoe meer contactpersonen iemand in zijn msn-lijst heeft (met wie ook daadwerkelijk regelmatig contact is), hoe minder eenzaam de tiener is. Ook de frequentie van contact met vrienden is belangrijk, maar dan alleen voor de offline contacten: hoe vaker iemand in het echt optrekt met zijn vrienden, hoe minder eenzaam hij of zij is. Er werd geen significante relatie gevonden tussen eenzaamheid en de frequentie van msn-gebruik. Eenzaamheid neemt zelfs af, wanneer online tijd vooral met goede vrienden wordt doorgebracht. Ook andere onderzoeken stellen, op vergelijkbare wijze, dat het belangrijk is met wie er online gecommuniceerd wordt. Het gevoel van eenzaamheid heeft vooral te maken met de hoeveelheid tijd die men online aan vreemden dan wel aan bekenden spendeert. Als internetgebruik het contact met bestaande vrienden stimuleert, dan versterkt dit het welzijn; als internetgebruik contact met vrienden vervangt, dan verzwakt dit het welzijn. En last but not least: negen van de tien jongeren vindt het elkaar in het echt zien heel belangrijk. Het onderzoek zou ook eens moeten worden uitgevoerd onder andere cohorten, maar het lijkt er op dat als je je in de offline wereld in sociaal opzicht kunt handhaven, de online wereld een prima aanvulling is.

Ook Andrew Keen besteedt veel aandacht aan de keerzijde  van web 2.0. In Digital Vertigo, dat in 2010 moet verschijnen, waarschuwt hij voor angst, onbegrip en eenzaamheid als gevolg van een te sterke gerichtheid op web 2.0. In de ogen van Keen kan web 2.0 geen vervanger zijn van het ondernemen van echte acties: het sociaal, politiek of maatschappelijk in beweging komen. Er wordt veel gepraat op het web, maar het web leidt niet tot democratisering en zelfs niet tot sociaal gedrag. Keen gaat graag een stap verder en waarschuwt voor de negatieve effecten van web 2.0 op politieke beeldvorming. Mensen praten elkaar snel na en veel discussies eindigen in gescheld zonder dat ze elkaar opzoeken, aldus Keen.

Terug naar de reactie van Egbert Jan van Bel op de kersttoespraak van Beatrix, die neerkomt op een aanbeveling: “Ga zelf meer bloggen en doe als deze ‘verrassing’, beste Koningin. Waarom niet? Niet dat het altijd interessant is om al tandenpoetsend ‘Goodmorning Holland!’ te tweeten, het is vooral een interessant experiment om het effect van ‘social media’ te proeven. Obama schijnt het goed te hebben gedaan, Maxime Verhagen met inmiddels bijna 25.000 volgers (!) spint garen met zijn getwitter. Maxime noemt het een directe link met het electoraat. Enzovoort…”
Ik zie geen reden waarom Beatrix in navolging van Verhagen en Obama zou moeten gaan twitteren of bloggen. Het is immers de vraag welke informatie zij kan delen met de permanente nabijheid van de RVD en de ministeriele verantwoordelijkheid. Ze kan beter investeren in het aangaan van echte relaties – voor het staatshoofd al moeilijk genoeg – en het op afstand houden van de RVD.


Chips

12/12/2009

Onze trouwe viervoeter maakt zich er niet druk om, maar wordt er over het algemeen ook niet mee lastig gevallen. Gechipt en wel blijft hij gewoon kwispelen en rent hij achter een stok aan. Dat is een belangrijke overeenkomst met zijn baasje, dat zonder dat hij het beseft, voorbestemd is om hetzelfde te overkomen. De meesten van ons gaan al permanent door het leven met een AH-bonuskaart, een OV-chipkaart en een identiteitsbewijs – zonder dat laatste bent u immers strafbaar en de rest is onmisbaar. Op het web zijn sinds enige tijd berichten te vinden over de betekenis van de opslag van lichaamskenmerken (lokaal in uw paspoort en centraal in een database) waarbij vooral de onderhuidse chip zorgen baart. Zo ver is het nog niet en dat is ook nog niet nodig: koppel de vingerafdrukkendatabase aan de gegevens van mobiele telefoons en de overheid weet permanent wie op welke plaats verblijft.

Het biometrisch paspoort is in ieder geval een feit. De verplichting van het permanent dragen van een ID-bewijs betekent dat er een permanente koppeling is tussen lichaamskenmerken en identiteit. Daarmee is de onaantastbaarheid van het lichaam (een artikel uit de Europese grondwet) in feite al afgeschaft. Om die koppeling tussen lichaamskenmerken en identiteit te verankeren ligt het in de lijn der verwachting dat mensen op termijn, net als hun trouwe viervoeter, gechipt moeten worden. De early adopters hebben zich jaren geleden al gemeld: discogangers die met behulp van een onderhuidse RFID-chip hun consumpties kunnen afrekenen. Hier is vrijwilligheid nog aan de orde. Op het moment dat chippen verplicht is (ik schat in over een jaar of tien) wordt het verwijderen van de onderhuidse chip ongetwijfeld strafbaar.

Vadertje Staat weet straks precies waar en wanneer wat koopt (alles is straks voorzien van RFID-chips of nanotechnologie). Dus is ook bekend welk boek u leest. Met de onderlinge afstand tussen twee gechipte lichamen weet de overheid dan zelfs dat u vreemd gaat. Ik zou het er nog maar even van nemen, zo lang het nog kan. Snel naar de boekhandel dus.


Vooruitzien

26/11/2009

Het ministerie van Binnenlandse Zaken liet deze week een waarschuwing uitgaan richting burgers in een aantal steden, die een huis-aan-huis folder ontvingen uit naam van ‘Het Nieuwe Rijk’. Advies in de folder: laat uw burgerservicenummer (BSN) op de linkerarm tatoeëren. De lezer werd in de folder doorverwezen naar de gemeente voor meer informatie. Een woordvoerster van het ministerie gaf te kennen dat de brochure associaties met de Holocaust oproept – maar of dat een kabinetsstandpunt is, is niet duidelijk. Het was overigens niet de Holocaust die de aanzet gaf tot registratiedrang, maar ons bevolkingsregister dat een bijdrage leverde aan de Holocaust.

De folder kan bedoeld zijn als grap of als wake-up call. In dat laatste geval is de timing perfect.
Staatssecretaris Ank Bijleveld (BZK) gaf deze week de aftrap voor de registratie van vingerafdrukken in het paspoort. Die vingerafdrukken worden ook opgeslagen in een centrale databank, een actie waarmee Nederland (weer) verder gaat dan de in Europa gemaakte afspraken over het opnemen van de vingerafdruk in het paspoort. Het ministerie geeft aan dat er regels komen voor wanneer er geput mag worden uit de database. Maar dat is ‘nu’; die regels kunnen op een later moment worden aangepast wanneer politieke krachten daar het belang van inzien. Het zijn dus niet de regels die bescherming zouden moeten bieden, maar het bestaan van de database zelf die bescherming van privacy onder ernstige druk zet.

Het registreren van voornamen en achternamen in lijsten is ooit begonnen om vat te krijgen op het volk: nakomelingen, huwlijken, bezittingen, crimineel gedrag, ziekten: zaken die van belang zijn voor het ‘gezond’ functioneren van het Koninkrijk. Die lijsten zijn in de loop der jaren steeds langer geworden en voor steeds meer doeleinden ingezet. Inmiddels zijn we aangeland bij het verzamelen van grote hoeveelheden digitale gegevens, het koppelen van bestanden, het verrijken van data en het inzetten van gecombineerde informatie voor handhaving van regels. Het effect van deze ontwikkeling is dat we niet meer wakker liggen van het feit dat iedere veertienjarige die zich niet kan legitimeren strafbaar is. Met de database vol vingerafdrukken voegt het kabinet opnieuw een onderdeel toe aan een twijfelachtig instrumentarium en daarbij is er geen weg terug. Regeren is vooruitzien, maar helaas reikt de toekomstvisie van dit kabinet als het gaat om privacy niet verder dan de eigen regeerperiode.


Content is key

20/11/2009

Op 11 november vond het eerste IK Kennisdebat plaats. Omgeven door historie: in de serre van Hotel De Wereld, grenzend aan de Grote Capitulatiezaal, waar de aanzet werd gegeven door de Canadese generaal Charles Foulkes om samen met de Duitse opperbevelhebber Johannes Blaskowitz en het bijzijn van Prins Bernhard de uitwerking van de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland te bespreken. Blaskowitz vroeg 24 uur bedenktijd, in De Wereld werd dus niet echt gecapituleerd.
Bovenstaande feiten (?) komen van Wikipedia, de bekende maar niet altijd even betrouwbare kennisbron waarmee veel middelbare scholieren hun werkstukken bijeen knippen en plakken. Het internet als nadrukkelijk aanwezige informatiebron was ook een van de onderwerpen van het IK kennisdebat, dat overigens live te volgen was als webcast (zie www.ikmagazine.nl).

Tijdens het debat werd gediscussieerd over de (toekomstige) rol van de krant en de druk op dat medium om nieuwe business modellen te vinden. Het is een lastig onderwerp, waarover vooral met een zekere paniek wordt gesproken. Dat is niet onlogisch, het zijn vooral de webkrachten die content (waarvan de productie geld kost) als gratis beschouwen en er dus mee van door gaan – inclusief nieuw uitgevonden business modellen waardoor voor traditionele gedrukte media de ruimte op het speelveld steeds kleiner lijkt te worden. Snel nieuws, aldus Dagblad van het Noorden-hoofdredacteur Pieter Sijpersma, is niet langer het primaire werkgebied van de dagbladpers. Het internet biedt alle snelheid om de waan van de dag te verslaan; de gedrukte pers moet vooral duiden, de diepte ingaan en verklaren wat er zoal op het internet aan nieuws te vinden is. Het is de vraag of voor dat soort zaken een markt blijft bestaan, omdat de doorsnee nieuwsconsument zich tevreden stelt met het snelle en korte nieuws. Niet voor niets heeft Rupert Murdoch de invoering van betaalde toegang tot zijn nieuwssites uitgesteld. En Clay Shirky stelt het in een reactie op Journalism Online (een nieuw platform voor betaalde journalistieke producties) als volgt: “People will pay for content if it is necessary, irreplaceable, and unshareable”. Alles wat niet aan die eisen voldoet, zal zowel klanten verliezen als het voordeel van betaalde toegang. Hij noemt daarbij de Financial Times, The Economist en Wall Street Journal als geslaagde voorbeelden.

Daarmee wordt duidelijk, dat de waarde van media niet ligt in het brengen van nieuws, maar in het leveren van unieke, waardevolle content. Content is key – ook het uitgangspunt van IK.


Three strikes

30/10/2009

Kees Spaan, voorzitter van het NUV, sprak tijdens de opening van een nieuw knipseldienstpand in Almere afgelopen week zijn zorgen uit over de ontwikkelingen rondom het Auteursrecht: “Het gaat veel te gemakkelijk met de verwerping van het auteursrecht. Er is electoraal op dit moment al helemaal weinig mee te verdienen.” Dat alle electoraalgerelateerde energie momenteel uitgaat naar zaken als DSB en AOW is begrijpelijk. Toch is het lovenswaardig dat Spaan blijft hameren op het vasthouden aan een vorm van auteursrecht. Daarmee houdt hij de discussie levend en vestigt hij de aandacht op het gegeven dat er alleen maar over nieuwe business modellen kan worden gepraat als de makers van creatief materiaal zich op wettelijke basis ergens op kunnen beroepen. Het verschaft hen een onderhandelingspositie, die nodig is bij het gesprek over nieuwe business modellen. Het gaat de voorstanders van de free flow of information toch ook om ‘new business’?
Een eindje verderop, in Frankrijk, is een aangepaste versie van de nieuwe anti-piraterijwet aangenomen. De zogenaamde three strikes wet stond in een eerdere versie ter discussie omdat personen die zonder toestemming films of muziek downloaden, na drie flinke overtredingen een jaar lang van het internet afgesloten kunnen worden zonder tussenkomst van de rechter. In de aangepaste wet is nu opgenomen dat juridisch getoetst moet worden of er inderdaad een afsluiting mag plaatsvinden. De Fransen gaan een nieuw orgaan instellen dat ISP’s voorziet van gegevens van overtreders. Ondanks deze verbetering blijft deze wet een nachtmerrie voor de voorstanders van free flow of information. Als je steelt, raak je je recht op internet kwijt – en dat wereldwijde web is zo langzamerhand een universeel grondrecht in plaats van gewoon een infrastructuur die geld kost en waar geld mee wordt verdiend.
Verderop dit jaar wordt in Europees verband verder gepraat over vergelijkbare downloadwetgeving. De entertainmentindustrie  kent vermoedelijk de grootste financiële belangen en een krachtige lobby. Als het gaat om het recht op bescherming, de basis voor een goede onderhandelingspositie over nieuwe business modellen, moeten de gedrukte media strijden tegen de free flow of information aanhangers en concurreren met brood en spelen. Een ware uitdaging.


Business modellen

14/10/2009

De Belgische hoogleraar en econoom Leo Van Hove (VU Brussel) onderzocht de online business modellen van 87 kranten in 9 Europese landen. Wat hij heeft gedaan komt neer op digitaal veldonderzoek: bezoek de websites van kranten. Hij deed dit in 2006, 2008 en nu dus opnieuw. De conclusie van Van Hove: het model van gratis content en betaalde advertenties wordt meer en meer verlaten. Content komt achter een login, advertenties blijven. Daarmee proberen kranten te putten uit twee gecombineerde geldbronnen en volgens Van Hove is dat bijzonder lastig. Zijn verklaring? Nieuws zal altijd gratis blijven. Lezers zijn naar zijn idee niet bereid te betalen voor nieuws.
Dat statement stuit wat mij betreft op bezwaren. Nieuws is nooit gratis geweest en zal ook nooit gratis worden. Op welke manier dan ook: er wordt voor betaald. Door adverteerders, sponsoren of lezers. Lezers zijn bovendien best bereid om voor nieuws te betalen. De daartoe bereidwillige groep wordt wellicht steeds kleiner en daarmee ook de markt voor dagbladen, maar dat is wat anders.
Toch denkt Van Hove dat kranten de grootste overlevingskans hebben als ze kiezen voor een gezamenlijk betaalplatform voor online content. Het is dus niet zo zeer de krant die niet weet wat zij wil. Het zijn de criticasters van de klassieke dagbladmakers die last hebben van de businessmodellen-spagaat. De krant heeft vooral wat tijd nodig en is verder gebaat bij hoogleraren die het onderscheid duidelijk kunnen maken tussen ‘gratis nieuws’ en ‘de waarde van informatie’.


Web 2.0: serious business

25/09/2009

Het is een drukte van belang in de web 2.0-economie. Facebook maakt winst, LinkedIn opent een kantoor in Nederland en ook al staat het voortbestaan van Skype onder druk, we kunnen straks gewoon online blijven bellen met Jajah. Jajah is een bedrijf uit de VS dat zich richt op het aanbieden van online communicatiediensten tussen verschillende soorten apparaten. Jajah maakt het mogelijk om telefoongesprekken te voeren via Twitter; vooralsnog alleen in de vorm van een pilot.
Veel meer dan ‘jaja’ zeggen is er overigens niet bij als je belt via Twitter: de gesprekken hebben een maximale duur van twee minuten. Het cynisme dat in de naam van Jajah schuilt, proef ik ook in de toepassing zelf. Het is inmiddels naïef om te denken dat mobiele telefoons bedoeld zijn om mee te bellen via het mobiele netwerk. Het gaat om dataverkeer en alles is tegenwoordig in nullen en enen te transporteren. Zodra je met je multimediatool-in-zakformaat online bent, kan je nu dus ook via de omweg bellen die Twitter heet. Jaja, dat zal voorlopig wel weer gratis zijn en dat scheelt in het verbruik van je belbundel. Die twee minuten-beperking? Geen bezwaar, maar juist een unique selling point. Voeg je schoonmoeder toe als follower op Twitter en web 2.0 heeft er weer een slimme toepassing bij.

Dat Twitter meer dan sexy is, blijkt uit het bericht uit Automatisering Gids dat een groep investeerders bereid is 100 miljoen dollar in Twitter te steken. Volgens het clubje (dat zelf ook wel intensief zal Twitteren) is de waarde van Twitter opgelopen tot 1 miljard dollar. Het is de vraag wat er met het aantal gebruikers gebeurt als de commercie volledig grip krijgt op het platform en er voor het voortbrengen van vrijblijvende geluiden betaald moet worden.

Vermoedelijk komt het niet zo ver. Volgens het model van Chris ‘Wired’ Anderson is ‘Free’ het model van de toekomst en kan er geld worden verdiend met aangrenzende activiteiten. Dat betekent vermoedelijk nog meer dataverkeer.

Er wordt door de mogelijke investeerders vooral nagedacht (gedroomd) over potentieel, want Twitter heeft nog geen cent winst gemaakt, ook al zijn er wereldwijd meer dan 54 miljoen gebruikers. Wat de groei van Twitter oplevert aan extra CO2-uitstoot zou ik niet weten, maar als het volume blijft stijgen vormt Twitter de aanleiding bij uitstek om een tax in het leven te roepen voor getsjilp. Dierendag is wellicht een goed moment.