Learned helplessness

23/11/2010

Een binnenbrandje bij de NS en het belangrijkste treinverkeersknooppunt van Nederland ligt plat. De NS kwamen met een vaag verhaal over de voeding van een van de centrale systemen van de verkeersleiding. Het is een technische verklaring, maar ik ben niet de enige die zich verbaast over het gebrek aan redundancy in dat “mission critical” voedingssysteem.
Ondertussen worden de nieuwe informatieborden, die boven ieder perron te vinden zijn, geleidelijk vervangen. Dat gaat gepaard met de totale reorganisatie van de informatiesystemen die de NS gebruikt voor reizigers en eigen personeel. Of je nu op je smartphone, een website of een informatiebord kijkt, op alle plaatsen moet de aangeboden informatie consistent zijn. Ook conducteurs en machinisten zijn dan via hun eigen PDA in staat de juiste informatie te verstrekken. Maar wat heb je aan nieuwe informatiesystemen als een ander kernsysteem uitvalt? Rover is er in NRC Handelsblad duidelijk over: de NS en ProRail hebben hun calamiteitenvoorzieningen niet op orde. De NS noemt de situatie van vrijdag overmacht. “Een brand laat zich moeilijk voorkomen”, aldus de reactie van NS in de krant. Een beetje aangeleerde hulpeloosheid, zo lijkt het. Want juist situaties waarvan je weet dat je ze niet kunt voorkomen, zijn situaties waar je op kunt anticiperen.

Advertenties

Mediawetmatigheden

05/11/2010

Om te overleven moet de krant noodgedwongen het web op. Gevestigde partijen uit internetland begeven zich op de boekenmarkt. Met hetzelfde gemak zetten bedrijven als Apple en Google op hun beurt stappen in televisieland en leggen daar weer de link met het internet. Bioscopen trekken volle zalen met YouTube-filmavonden. Boekhandels en bibliotheken weten dat digitalisering vraagt om online aanwezigheid, al was het maar om e-books en digitale magazines aan te bieden. Ook de overheid dringt met processen, diensten en voorlichting steeds dieper door in het web, dat zo langzamerhand onmisbaar is geworden voor consumenten en burgers.
Eén partij, de publieke omroep, moet het internet echter met rust laten. De VVD is van mening dat de omroepen zich moeten beperken tot ‘audiovisuele taken’. Dat is synoniem voor de productie van bewegend beeld met geluid, dat uitsluitend via een televisietoestel tot de couch potato mag komen.
De nieuwssite van de NOS heeft een ‘vervuilend’ effect, aldus de VVD. Het meest bizar is het argument van Tom Nauta van de Nederlandse Dagbladpers, die rept over concurrentievervalsing: “Er zijn genoeg initiatieven van uitgevers en andere particuliere partijen op internet. De publieke omroep is daar niet nodig.” Die opluchting van de krant is begrijpelijk, want er ontstaat online meer ruimte als de publieke omroep daar wordt geweerd.
Het mediabestel moet op de schop, maar de voorstellen van de VVD (uiteraard gesteund door de PVV en die vermoedelijk terugkomen in een nieuwe Mediawet) dragen weinig bij aan de niet te stoppen convergentie van media. Wie nu nog niet inziet dat wereldwijd alle media in elkaar grijpen (ook dat is een mediawet) vernietigt niet alleen allerlei publiek gefinancierde opgedane kennis en ervaring, maar brengt ook kunstmatige scheidingen aan – waarmee de toekomst van de publieke omroep in het verleden komt te liggen.


Wake up call

21/10/2010

Als ’s ochtends de wekker gaat, zijn er mensen die nog eens omdraaien. De moderne wekker is echter een dwingend technologisch hoogstandje: na een paar minuten meldt hij zich weer en dat signaal kan je net zo interpreteren als het eerste, maar we weten allemaal dat er tijd verstreken is. De omstandigheden zijn dus veranderd en het is aan de slaapkop om er iets mee te doen.

Dit soort signalen zijn ook hoorbaar in de samenleving. In de VS, zo berichtte IK een tijdje terug, is outsourcing van bibliotheken een opkomende trend. De redactie van IK vroeg via social media kanalen naar de beleidsvoornemens of ideeën onder bibliotheken op dit vlak. Er kwam één reactie (dat lag misschien aan de methode van het stellen van de vraag): een student had er zijn thesis over geschreven. Amerikanen zijn echter (met vijf jaar voorsprong) vaak een inspiratiebron voor beslissers en outsourcing is een trend waar je over na moet denken, of je het nu een goede vindt of niet.

Iets meer respons kwam er op een bericht over het onderzoekje dat Surfslim enige tijd geleden uitvoerde. Via de vraag “Wat is voor jou onmisbaar?” gesteld aan ruim acht en een half duizend jongeren kwam naar voren dat de bibliotheek geen bijster belangrijke rol speelt in hun leven. Dat leidde tot enkele reacties, zoals over de gebrekkige onderzoeksaanpak – een terecht commentaar. Maar hoeveel kritiek je ook kunt hebben op dit onderzoekje en de uitkomsten, het zou de bibliotheek – die zich graag via doelgroep van jongeren verzekert van een publiek voor de langere termijn – zorgen moeten baren dat de bibliotheek niet hoger scoort. Het onderzoekje kan wat mij betreft worden gezien als een quick scan, exploratief van karakter: vergelijkbaar met een thermometer die je ergens instopt om te zien of het wel goed gaat met de patiënt. De bibliotheek kan zich volgens mij helemaal niet veroorloven om die indicatieve resultaten te negeren. Want er staat namelijk niet dat de bibliotheek als onmisbaar wordt gezien.

Ik zou toch even verder onderzoek instellen naar de aard van de aandoening. Is het psychisch (is er sprake van ontkenning?) of lichamelijk? Hebben we ander onderzoek dat de resultaten van deze poll (niet meer en niet minder) onderuit haalt? Zijn er nog meer redenen voor de OB om in beweging te komen, zoals de aanhoudende dreiging van forse bezuinigingen? Kortom, ik zou mijn wekker uitzetten en het bed uitkomen.


NRC 2.0

16/10/2010

Ernst-Jan Pfauth, hoofd internet bij NRC Handelsblad, maakte deze week online de strategie van NRC Handelsblad en nrc.next bekend. Hij wijst op de discussie over de toekomst van de online journalistiek: “Twee dingen worden eindeloos herhaald: ‘kranten gaan dood’ en ‘er zijn geen verdienmodellen’. Het is een strijd tussen de nieuwemedia-jongens en de ‘dode bomen’.”

Pfauth staat bekend als problogger: hij initieerde onder meer The Next Web waarover hij trots meldt dat die site binnen een jaar 300.000 maandelijkse bezoekers trok en dat er gemiddeld acht artikelen per dag verschenen. Hij haalt ook Clay Shirky aan: niemand weet hoe we online geld gaan verdienen. Toch gaat hij van start met als doel binnen een jaar de sites een bescheiden winst te laten boeken. Het model: een ‘vernieuwende gratis website’ waarbij gebruik wordt gemaakt van de snelheid van digitaal publiceren. Met veel verwijzingen naar andere bronnen, zodat de digitale krant een wegwijzer wordt naar expertise, waarbij redacteuren ook moeten gaan bloggen.

Nrc.nl zou met deze online strategie (meer details op nrc.nl) een spectaculaire groei moeten laten zien en nu komt het: ‘Daardoor genereren we meer advertentie-inkomsten en verdienen de redacteuren zichzelf terug.’ Het is de vraag of dit onderdeel voldoende gaat opleveren, want het advertentiemodel is een achillespees van de krant.

Daarnaast zet Pfauth in op digitale abonnementen en de verkoop van apps. Daarvan worden er per maand 120.000 gedownload – een bewijs voor vraag. Tot slot wil de chef internet van nrc.nl een slanke nieuwssite maken. Er zijn dus minder internetredacteuren nodig en NRC kiest daarbij voor kwaliteit volgens het McKinseymodel: up or out – dat wat niet functioneert, moet weg.

Kosten besparen en volgens een lean & mean model online journalistiek bedrijven: het kan allemaal. Wanneer de papieren krant over een tijdje verandert in een wekelijks magazine dat verdieping biedt (dat zou zo maar kunnen) zijn de betaalde apps en de gratis nieuwssite de laatste strohalm van het instituut NRC, als tegenhanger van het gratis oud papier dat je in de trein vindt. Het lijkt de enige weg. De komende jaren wordt duidelijk of dit een nieuwe snelweg is of een doodlopend steegje.


Bezuinigingsspook

09/10/2010

De crisis moet nog in volle omvang losbarsten. Bibliotheken moeten straks met minder budget laten zien dat ze bestaansrecht hebben. Minder geld betekent snoeien in kosten, dienstverlening, personeel: het bezuinigings- of kaasschaafmodel. De bibliotheek blijft bestaan, maar wordt wat kleiner. Het kan ook betekenen dat bibliotheken zichzelf opnieuw uitvinden. Gewoon, omdat onder druk alles vloeibaar wordt, creativiteit plotseling naar buitenkomt, er tijd wordt genomen om na te denken. Bij dat alles helpt het niet als er een prijs in het vooruitzicht wordt gesteld. Een prijs is wel een leuke beloning achteraf, als je overduidelijk geslaagd bent met je nieuwe plannen. Het toekennen van een prijs zorgt dan voor het zichtbaar maken van dat succes.

Maar de bibliotheeksector is – vlak voordat de orkaan losbarst – klaar met innoveren, zo kan worden opgemaakt uit recente berichten. De Bibliotheek Innovatieprijs (BIP, totale jaarlijkse omvang 30K) wordt met ingang van dit jaar opgeheven. Die prijs heeft volgens het bestuur achter de prijs ‘zijn werking gehad’, zo is uit de media op te maken. Het geld dat nog resteert in het BIP-potje, gaat naar de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) die er iets nuttigs mee moet doen.

Natuurlijk is Nederland zo langzamerhand veranderd in een soort permanent Prijzencircus. Iedere sector zet – vaak vanuit verschillende bloedgroepen en initiatiefnemers – de eigen beroepsgroep of branche in het zonnetje. Al dan niet met galadiner, champagne of een glas water. Dat moet maar eens afgelopen zijn. Het resterende bedrag is toch niet voldoende om de Muziekbibliotheek van een voorspelde ondergang te redden. Dus dan maar op zoek naar een ander duurzaam doel (ik heb wel een idee). Het signaal wat dit bestuur met deze actie afgeeft, maakt de verleiding erg groot om het gehele resterende budget om te zetten in drank. De bibliotheek is klaar met vernieuwen. Uitzonderingen in positieve zin zijn vanaf heden niet meer goed voor een feestje.


Booming

05/10/2010

The Economist van deze week (2 oktober) vat het mooi samen: “Despite all the mess and chaos of India, the country’s business is booming. This will change the world.” In drie pagina’s wordt een beeld geschetst van India en de bergen werk die daar nog verzet moeten worden. Toch gaat China het afleggen tegen India, zo luidt de conclusie. Hoewel ik nog niet in China ben geweest, herken ik in het artikel wel de energie die India uitstraalt. En de argumenten van The Economist zijn overtuigend: de bevolking is jong (maar nog steeds in veel sterkere mate ongeletterd dan in China), er zit veel innovatieve kracht in het land en de grote Indiase bedrijven doen het internationaal erg goed. De corruptie speelt vooral een rol in situaties waar publieke belangen aan de orde zijn, zo relativeert The Economist. De democratie (lees: een overheid die zich niet zo intensief met ondernemingen bemoeit als die van China) is een andere kracht van het land. Maar het belangrijkste is nog wel dat de innovatie zich niet beperkt tot IT-uit-eigen-land.

Internationale bedrijven uit andere werelddelen ontdekken de geweldige mogelijkheden van de Indiase markt. Zo brengt LG wasmachines op de markt die stemgestuurd werken. Niet omdat Indiase consumenten gek zijn op gadgets, maar omdat de meeste huishoudelijke hulpen analfabeet zijn. Die wasmachines zijn bovendien extra stevig verpakt (LG anticipeert op de gemiddelde kwaliteit van het Indiase wegdek). En tot slot blijven de wasmachines gewoon werken bij een fluctuerende netspanning – want ook de stroomvoorziening is er niet altijd van constante kwaliteit.

Dat India geen grote kans maakt op het organiseren van de Olympische Spelen, is duidelijk geworden. Hoeft van mij ook niet. “Despite all the mess” is India veelbelovend genoeg.


Happy few

30/09/2010

Burgers moeten de buikriem aantrekken, een andere conclusie is niet mogelijk nu het regeer- en gedoogakkoord alleen nog door de rechtse kerk (lees: CDA partijcongres) moet worden goedgekeurd.

De Nederlandse economie krijgt dus nog een knauw. Zij die al een tablet pc hebben aangeschaft, mogen zich gelukkig prijzen. Die buit is binnen en gelukkig zijn er veel gratis apps waarmee je de winter wel kunt door komen. Sommige iPad bezitters zullen spijt krijgen van hun aankoop. Er is een hele horde aan tablets op komst, hoofdzakelijk van Aziatische herkomst, waar de fabrikanten net een tikje slimmer zijn dan de creatieven uit ‘Silly’ con Valley. Sony, Samsung, Sharp en zelfs Dell hebben allemaal geleerd van Apple en dat groeiende aanbod zal tevens voor lagere prijzen gaan zorgen.

Ook openbare bibliotheken schijnen te investeren in iPads. Het is de vraag wat zij en hun klanten er mee kunnen. Meedoen aan de tablet hype en meegaan in de groep early adopters kan uitlopen op een dure hobby. De hardware markt is nog niet uitgekristalliseerd en aan de softwarekant is het gesloten bolwerk Apple aan het werken aan een meer flexibele opstelling richting ontwikkelaars van apps. Overigens vermoedelijk net te laat – Android groeit bij deze techneuten harder in populariteit dan iOS – en daarmee wordt de iPad weer het ding zoals het oorspronkelijk bedoeld was: voor de happy few. Bibliotheken zijn bang de race te missen, maar misschien is in dit geval een paar rondes toekijken verstandiger dan direct actief deel te nemen. Of willen ze nog snel hun jaarbudget opmaken voordat het nieuwe kabinet besluit dat boeken in bibliotheken als linkse hobby een gevaar vormen voor de rust in het land?