Beatrix online

Op Molblog breekt Egbert Jan van Bel een lans voor social media, nadat Beatrix in haar kersttoespraak van 2009 ingaat op de vraag wie onze naaste is. “Globalisering heeft afstanden verkleind en snelheden vergroot. Technische vooruitgang en individualisering hebben de mens onafhankelijker en afstandelijker gemaakt. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes. Onze samenleving wordt steeds individualistischer. Persoonlijke vrijheid is los komen te staan van verbondenheid met de gemeenschap. Maar zonder enig ‘wij-gevoel’ wordt ons bestaan leeg. Met virtuele ontmoetingen is die leegte niet te vullen; integendeel, afstanden worden juist vergroot.”
Waar Beatrix op doelt, is de eenzaamheid die web 2.0 kan veroorzaken: “De moderne technische mogelijkheden lijken mensen wel dichter bij elkaar te brengen maar ze blijven op ‘veilige’ afstand, schuilgaand achter hun schermen. Wij kunnen nu spreken zonder te voorschijn te komen, zonder zelf gezien te worden, anoniem”. Het is de vraag wie deze speech geschreven heeft, maar ik vermoed dat het gaat om een auteur uit CDA-hoek die niet meer helemaal bij de tijd is.

Wie gelooft in het sociale aspect van online communicatie, moet zich bewust zijn van het grote verschil tussen digitale verbindingen die de suggestie wekken dat mensen nader tot elkaar komen en werkelijk contact. Web 2.0 moet worden gezien als platform waarmee informatie-uitwisseling kan worden bevorderd. Sociale netwerken zijn als offline literatuur: je kunt informatie tot je nemen, denkbeelden uitwisselen, op het spoor komen van nieuwe ideeën en achterhalen wie dezelfde deskundigheids- of interessegebieden heeft. Het kan je perspectief verruimen. Social software kan ook de trigger zijn om daadwerkelijk in contact te treden – bijvoorbeeld wanneer je via een krabbel verneemt dat een vriend of vriendin in nood zit of leuke plannen heeft voor een avondje stappen. De sociale impact van social software staat of valt dus met het ondernemen van actie en het aangaan van een menselijke connectie en kan (alleen) dan een geweldige aanvulling zijn. Wanneer dat aangaan van menselijke connecties achterwege blijft, wekken sociale netwerksites ten onrechte de illusie dat je in contact bent. Op dat verschijnsel zou Beatrix weleens kunnen doelen en daarmee doet ze de werkelijkheid in veel gevallen tekort.

Het Sociaal Cultureel Planbureau deed in 2007 onderzoek naar de relatie tussen eenzaamheid en online/offline contacten bij tieners. Uit de resultaten kwam zowel een samenhang tussen eenzaamheid en offline contacten als tussen eenzaamheid en online contacten naar voren. Hoe meer vrienden iemand in het echte leven heeft en hoe meer contactpersonen iemand in zijn msn-lijst heeft (met wie ook daadwerkelijk regelmatig contact is), hoe minder eenzaam de tiener is. Ook de frequentie van contact met vrienden is belangrijk, maar dan alleen voor de offline contacten: hoe vaker iemand in het echt optrekt met zijn vrienden, hoe minder eenzaam hij of zij is. Er werd geen significante relatie gevonden tussen eenzaamheid en de frequentie van msn-gebruik. Eenzaamheid neemt zelfs af, wanneer online tijd vooral met goede vrienden wordt doorgebracht. Ook andere onderzoeken stellen, op vergelijkbare wijze, dat het belangrijk is met wie er online gecommuniceerd wordt. Het gevoel van eenzaamheid heeft vooral te maken met de hoeveelheid tijd die men online aan vreemden dan wel aan bekenden spendeert. Als internetgebruik het contact met bestaande vrienden stimuleert, dan versterkt dit het welzijn; als internetgebruik contact met vrienden vervangt, dan verzwakt dit het welzijn. En last but not least: negen van de tien jongeren vindt het elkaar in het echt zien heel belangrijk. Het onderzoek zou ook eens moeten worden uitgevoerd onder andere cohorten, maar het lijkt er op dat als je je in de offline wereld in sociaal opzicht kunt handhaven, de online wereld een prima aanvulling is.

Ook Andrew Keen besteedt veel aandacht aan de keerzijde  van web 2.0. In Digital Vertigo, dat in 2010 moet verschijnen, waarschuwt hij voor angst, onbegrip en eenzaamheid als gevolg van een te sterke gerichtheid op web 2.0. In de ogen van Keen kan web 2.0 geen vervanger zijn van het ondernemen van echte acties: het sociaal, politiek of maatschappelijk in beweging komen. Er wordt veel gepraat op het web, maar het web leidt niet tot democratisering en zelfs niet tot sociaal gedrag. Keen gaat graag een stap verder en waarschuwt voor de negatieve effecten van web 2.0 op politieke beeldvorming. Mensen praten elkaar snel na en veel discussies eindigen in gescheld zonder dat ze elkaar opzoeken, aldus Keen.

Terug naar de reactie van Egbert Jan van Bel op de kersttoespraak van Beatrix, die neerkomt op een aanbeveling: “Ga zelf meer bloggen en doe als deze ‘verrassing’, beste Koningin. Waarom niet? Niet dat het altijd interessant is om al tandenpoetsend ‘Goodmorning Holland!’ te tweeten, het is vooral een interessant experiment om het effect van ‘social media’ te proeven. Obama schijnt het goed te hebben gedaan, Maxime Verhagen met inmiddels bijna 25.000 volgers (!) spint garen met zijn getwitter. Maxime noemt het een directe link met het electoraat. Enzovoort…”
Ik zie geen reden waarom Beatrix in navolging van Verhagen en Obama zou moeten gaan twitteren of bloggen. Het is immers de vraag welke informatie zij kan delen met de permanente nabijheid van de RVD en de ministeriele verantwoordelijkheid. Ze kan beter investeren in het aangaan van echte relaties – voor het staatshoofd al moeilijk genoeg – en het op afstand houden van de RVD.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: