Bezuinigingsspook

09/10/2010

De crisis moet nog in volle omvang losbarsten. Bibliotheken moeten straks met minder budget laten zien dat ze bestaansrecht hebben. Minder geld betekent snoeien in kosten, dienstverlening, personeel: het bezuinigings- of kaasschaafmodel. De bibliotheek blijft bestaan, maar wordt wat kleiner. Het kan ook betekenen dat bibliotheken zichzelf opnieuw uitvinden. Gewoon, omdat onder druk alles vloeibaar wordt, creativiteit plotseling naar buitenkomt, er tijd wordt genomen om na te denken. Bij dat alles helpt het niet als er een prijs in het vooruitzicht wordt gesteld. Een prijs is wel een leuke beloning achteraf, als je overduidelijk geslaagd bent met je nieuwe plannen. Het toekennen van een prijs zorgt dan voor het zichtbaar maken van dat succes.

Maar de bibliotheeksector is – vlak voordat de orkaan losbarst – klaar met innoveren, zo kan worden opgemaakt uit recente berichten. De Bibliotheek Innovatieprijs (BIP, totale jaarlijkse omvang 30K) wordt met ingang van dit jaar opgeheven. Die prijs heeft volgens het bestuur achter de prijs ‘zijn werking gehad’, zo is uit de media op te maken. Het geld dat nog resteert in het BIP-potje, gaat naar de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) die er iets nuttigs mee moet doen.

Natuurlijk is Nederland zo langzamerhand veranderd in een soort permanent Prijzencircus. Iedere sector zet – vaak vanuit verschillende bloedgroepen en initiatiefnemers – de eigen beroepsgroep of branche in het zonnetje. Al dan niet met galadiner, champagne of een glas water. Dat moet maar eens afgelopen zijn. Het resterende bedrag is toch niet voldoende om de Muziekbibliotheek van een voorspelde ondergang te redden. Dus dan maar op zoek naar een ander duurzaam doel (ik heb wel een idee). Het signaal wat dit bestuur met deze actie afgeeft, maakt de verleiding erg groot om het gehele resterende budget om te zetten in drank. De bibliotheek is klaar met vernieuwen. Uitzonderingen in positieve zin zijn vanaf heden niet meer goed voor een feestje.


Gebrek-aan-kennis-economie

19/08/2010

Bibliotheken maken deel uit van onze kennisinfrastructuur. Die vormt weer de ruggengraat van de kenniseconomie. En dat laatste is een verschijnsel waarvan niemand precies weet of het echt bestaat. Misschien vertoont onze economie de trekken van een kenniseconomie. Het is mogelijk dat het een wens, een streven of een doel is. Geen enkele politicus zal echter pleiten voor het afschaffen van de kenniseconomie of zelfs voor een terugkeer naar het stenen tijdperk. Daarentegen is het wel aanlokkelijk om te strooien met trendy en sexy begrippen als kenniseconomie en innovatie. Maar binnenkort komt er een einde aan het gepraat over de kenniseconomie. Dan gaat onvermijdelijk de bijl in een van de wortels van onze informatiesamenleving. Scholen zullen openblijven (daar is men zo langzamerhand wel uitgefuseerd) en universiteiten zullen blijven bestaan. De absolute beginners, de aller jongste leden van onze kennissamenleving, zullen binnenkort echter aanzienlijk meer moeite moeten doen om bij De Drie Paardjes uit te komen. Volgens de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) is leesbevordering een succesfactor voor een slimme samenleving, maar zijn gemeenten al op grote schaal begonnen met de eerste bezuinigingsronde. Het leidt tot pijnlijke keuzen, de eerste bibliotheken gaan al dicht. Als het beoogde kabinet zich ooit aan regeren gaat wagen, zal het onderwijs vermoedelijk ook aan de beurt komen. Op een dag zullen we dan met gemengde gevoelens vaststellen: Google maakt meer goed dan de regering kapot kan maken.

meer over de bezuinigingen in de bibliotheeksector