Mediawetmatigheden

05/11/2010

Om te overleven moet de krant noodgedwongen het web op. Gevestigde partijen uit internetland begeven zich op de boekenmarkt. Met hetzelfde gemak zetten bedrijven als Apple en Google op hun beurt stappen in televisieland en leggen daar weer de link met het internet. Bioscopen trekken volle zalen met YouTube-filmavonden. Boekhandels en bibliotheken weten dat digitalisering vraagt om online aanwezigheid, al was het maar om e-books en digitale magazines aan te bieden. Ook de overheid dringt met processen, diensten en voorlichting steeds dieper door in het web, dat zo langzamerhand onmisbaar is geworden voor consumenten en burgers.
Eén partij, de publieke omroep, moet het internet echter met rust laten. De VVD is van mening dat de omroepen zich moeten beperken tot ‘audiovisuele taken’. Dat is synoniem voor de productie van bewegend beeld met geluid, dat uitsluitend via een televisietoestel tot de couch potato mag komen.
De nieuwssite van de NOS heeft een ‘vervuilend’ effect, aldus de VVD. Het meest bizar is het argument van Tom Nauta van de Nederlandse Dagbladpers, die rept over concurrentievervalsing: “Er zijn genoeg initiatieven van uitgevers en andere particuliere partijen op internet. De publieke omroep is daar niet nodig.” Die opluchting van de krant is begrijpelijk, want er ontstaat online meer ruimte als de publieke omroep daar wordt geweerd.
Het mediabestel moet op de schop, maar de voorstellen van de VVD (uiteraard gesteund door de PVV en die vermoedelijk terugkomen in een nieuwe Mediawet) dragen weinig bij aan de niet te stoppen convergentie van media. Wie nu nog niet inziet dat wereldwijd alle media in elkaar grijpen (ook dat is een mediawet) vernietigt niet alleen allerlei publiek gefinancierde opgedane kennis en ervaring, maar brengt ook kunstmatige scheidingen aan – waarmee de toekomst van de publieke omroep in het verleden komt te liggen.

Advertenties

Bezuinigingsspook

09/10/2010

De crisis moet nog in volle omvang losbarsten. Bibliotheken moeten straks met minder budget laten zien dat ze bestaansrecht hebben. Minder geld betekent snoeien in kosten, dienstverlening, personeel: het bezuinigings- of kaasschaafmodel. De bibliotheek blijft bestaan, maar wordt wat kleiner. Het kan ook betekenen dat bibliotheken zichzelf opnieuw uitvinden. Gewoon, omdat onder druk alles vloeibaar wordt, creativiteit plotseling naar buitenkomt, er tijd wordt genomen om na te denken. Bij dat alles helpt het niet als er een prijs in het vooruitzicht wordt gesteld. Een prijs is wel een leuke beloning achteraf, als je overduidelijk geslaagd bent met je nieuwe plannen. Het toekennen van een prijs zorgt dan voor het zichtbaar maken van dat succes.

Maar de bibliotheeksector is – vlak voordat de orkaan losbarst – klaar met innoveren, zo kan worden opgemaakt uit recente berichten. De Bibliotheek Innovatieprijs (BIP, totale jaarlijkse omvang 30K) wordt met ingang van dit jaar opgeheven. Die prijs heeft volgens het bestuur achter de prijs ‘zijn werking gehad’, zo is uit de media op te maken. Het geld dat nog resteert in het BIP-potje, gaat naar de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) die er iets nuttigs mee moet doen.

Natuurlijk is Nederland zo langzamerhand veranderd in een soort permanent Prijzencircus. Iedere sector zet – vaak vanuit verschillende bloedgroepen en initiatiefnemers – de eigen beroepsgroep of branche in het zonnetje. Al dan niet met galadiner, champagne of een glas water. Dat moet maar eens afgelopen zijn. Het resterende bedrag is toch niet voldoende om de Muziekbibliotheek van een voorspelde ondergang te redden. Dus dan maar op zoek naar een ander duurzaam doel (ik heb wel een idee). Het signaal wat dit bestuur met deze actie afgeeft, maakt de verleiding erg groot om het gehele resterende budget om te zetten in drank. De bibliotheek is klaar met vernieuwen. Uitzonderingen in positieve zin zijn vanaf heden niet meer goed voor een feestje.


Gebrek-aan-kennis-economie

19/08/2010

Bibliotheken maken deel uit van onze kennisinfrastructuur. Die vormt weer de ruggengraat van de kenniseconomie. En dat laatste is een verschijnsel waarvan niemand precies weet of het echt bestaat. Misschien vertoont onze economie de trekken van een kenniseconomie. Het is mogelijk dat het een wens, een streven of een doel is. Geen enkele politicus zal echter pleiten voor het afschaffen van de kenniseconomie of zelfs voor een terugkeer naar het stenen tijdperk. Daarentegen is het wel aanlokkelijk om te strooien met trendy en sexy begrippen als kenniseconomie en innovatie. Maar binnenkort komt er een einde aan het gepraat over de kenniseconomie. Dan gaat onvermijdelijk de bijl in een van de wortels van onze informatiesamenleving. Scholen zullen openblijven (daar is men zo langzamerhand wel uitgefuseerd) en universiteiten zullen blijven bestaan. De absolute beginners, de aller jongste leden van onze kennissamenleving, zullen binnenkort echter aanzienlijk meer moeite moeten doen om bij De Drie Paardjes uit te komen. Volgens de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) is leesbevordering een succesfactor voor een slimme samenleving, maar zijn gemeenten al op grote schaal begonnen met de eerste bezuinigingsronde. Het leidt tot pijnlijke keuzen, de eerste bibliotheken gaan al dicht. Als het beoogde kabinet zich ooit aan regeren gaat wagen, zal het onderwijs vermoedelijk ook aan de beurt komen. Op een dag zullen we dan met gemengde gevoelens vaststellen: Google maakt meer goed dan de regering kapot kan maken.

meer over de bezuinigingen in de bibliotheeksector


Bijvoederen is hard nodig

25/01/2010

Het rapport van de Commissie Davids pakt misschien nadelig uit voor het laatste kabinet Balkenende, maar nieuwe cijfers van het CBS laten zien dat ook op langere termijn het kabinetsbeleid op onderdelen desastreuze gevolgen gaat hebben. In het hoger onderwijs, waar Nederland een inhaalslag heeft te maken, is de productiviteit enorm gestegen. Dat lijkt goed nieuws, maar heeft niets te maken met toegenomen investeringen in bijvoorbeeld nieuw personeel. De winst zit hem in efficiencyslagen als gevolg van een sterke groei in de instroom van studenten. Een zelfde patroon is zichtbaar in het Nederlandse onderzoek: er is de afgelopen jaren meer gedaan met relatief minder geld. Met name de publieke financiering van het onderzoek blijft daarbij achter. De doelstellingen van de Lissabon-agenda (geformuleerd in het jaar 2000, de doelen hebben betrekking op 2010) zijn dan ook bij lange na niet gehaald. In tegendeel, de investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn gedaald in relatie tot het BBP: van 1,8 naar 1,7 procent in plaats van de beoogde 3 procent. De bedachte ratio tussen publieke investeringen (1 procent) en private investeringen (2 procent) is door het beperken van budgetten uitgekomen op een ratio van een op tien. We zijn ondanks relatief goede resultaten op dit moment dus aan het afglijden. Dat is ook sterk merkbaar in het ICT-onderzoek. Hoewel ICT wordt gezien als aanjager van innovatie en van onze kenniseconomie, gaat slechts zo’n 4 procent van alle NWO-gelden naar ICT-gerelateerde research.

In het boeken van ‘relatief goede resultaten’ zit het knelpunt. Het leidt de aandacht af van de ontstane achterstand en de toekomst. De visie van de kabinetten Balkenende reikt niet verder dan het volgende spoeddebat – over de logistieke chaos veroorzaakt door sneeuwval, het rapport van Davids of het bijvoederen van dieren in de winterkou. Het ombuigen van de kennisinvesteringstrend kan niet worden opgelost met een spoeddebat.

Gelukkig is Neelie Kroes zojuist met vlag en wimpel geslaagd voor iets dat associaties oproept met het European Computer Driving License. En de Franse overheid besloot afgelopen week 2 miljard euro te investeren in het voltooien van een landelijk snel internet, want er is nog een half miljoen Fransen dat geen toegang heeft tot een snelle verbinding. Er is dus nog hoop, maar die is niet gevestigd op Den Haag.


Domheidsbestrijding

18/06/2009

Maak uw borst maar nat. De werkloosheid stijgt naar 9,5 procent, het begrotingstekort naar 6,7 procent en de economie krimpt dit jaar met 4,75 procent. Allemaal kleine, nare percentages die de tijdelijke opleving van de beurzen in de afgelopen drie maanden ver naar de achtergrond verdringen. Ondertussen wordt in Hilversum en Den Haag geneuzeld over topsalarissen en bijbanen van omroepmensen, verdwijnt er bij de provincie Noord Holland wel bijna 80 miljoen euro maar niet de bijbehorende Commissaris der Koningin; en krijgt Sun-topman Schwartz een vertrekpremie van 12 miljoen dollar. Het lijkt wel alsof het geld een eigen wil heeft. Het vloeit zo maar weg naar plaatsen waar het niet echt nodig is. We mogen blij zijn dat geld geen water is, anders was Nederland op sommige plaatsen al lang ondergelopen en zouden op andere plekken de boeren hun biezen pakken. Toch moeten we oppassen. De combinatie van een stijgende zeespiegel en politiek die zelden boven het niveau van Wilders uitstijgt, is de ideale voedingsbodem voor een totale ondergang. Slechts één ding kan ons redden, en dat is als de wiedeweerga investeren in de bestrijding der domheid. Doe iets aan kennisborging, begin bij uw kinderen en vertel ze nog eens over de Weimar-republiek. Of moet u daarvoor eerst naar Wikipedia?